20 sep 2018

Dominant gedrag op de werkvloer anno 2018. Kan dat nog wel?

Column door Marcel Pieterman (4 min)

Integratiemanagers kenmerken zich door drie belangrijke gedragsvormen; sociaal, afstandelijk en dominant gedrag, en het vermogen deze per levenssituatie effectief in te zetten. Meestal is een gedragsvorm ‘aangeboren’ en zijn twee andere gedragsvormen -al dan niet volledig- ‘aangeleerd’.

In Het Voetstuk heb ik in romanvorm een manager beschreven die geen integratiemanager is en op een ongezonde wijze last heeft van de tekorten van zijn minst ontwikkelde talent, specifiek assertiviteit, een onderdeel van dominant gedrag. De Verhuizer is het vervolg van de eerste roman waarin een manager op herkenbare wijze eveneens ernstige blokkades ervaart, omdat hij zijn emoties niet kan tonen. De derde roman die gaat volgend jaar gaat verschijnen is Het Vierkant, met in de hoofdrol een zelfstandige adviseur op het gebied van logistiek, zeer kundig, maar met een overmatig dominant talent. Er is geen sprake van narcisme, geen borderline, maar hij heeft enkel een overontwikkelde perifere waarneming op het gebied van processen, absoluut niet van mensen. Hij ervaart zelf geen last. De karakterconfiguratie is, in vergelijking met de twee andere boeken, aan te merken als niet van deze tijd.

Gelet op de vorige zin is de reden van deze publicatie: Of wèl, in sommige situaties? Misschien niet zo heftig als beschreven is, maar nogmaals: Of wel?

 

Ger liep naar binnen, maar Tjebbe bleef in de deuropening staan, benieuwd wie deze samoerai was en gisteren Hans, de verkoopmanager, de huid vol schold. Hoe hij er uit zag, vanaf een afstand. Inderdaad, anderhalve meter en hij kon met gemak met zijn kont in die omgeschopte zwarte emmer. Een dik brilletje, waar hij met grote ogen doorheen keek. Spijkerjasje. Zwart T-shirtje, maar zonder Iron Maiden er op.
Tjebbe wist beetje bij beetje weer wie het was. Hij herkende hem van de tijden dat hij hier met de systemen bezig was, toen de vorige directeur en de vorige verkoopmanager hier nog rondliepen. Prima kerels, stevig, puur, doortastend, gingen voor kwaliteit, spaarden zichzelf niet en een ander ook niet. Ik weet niets eens de naam meer van dat ventje, dacht hij.
“Hij is hier ook speciaal voor jou, dus laat je horen, Joris.”
O, ja. Nou ik het van Ger hoor; Joris. Ik weet het weer, en zijn bijnaam ook.
Joris keek met grote ogen naar de deur en was blij dat hij hem ontdekte, zo lachte hij tenminste.
“Wat gaat er mis met het systeem, Joris?” vroeg Tjebbe en kwam naast zijn bureau staan.
“Ik zal het je laten zien, en ook uitleggen. Als er een project verkocht is, vraagt dat een enorme voorbereiding. De componenten die nodig zijn, worden voorgesteld aan de leveranciers en dan komt er een afroeporder. Maar die jongens van de verkoop en marketing kunnen ook in dit systeem en vervroegen de levertijd, die helemaal niet afgesproken was, dus ik krijg die leveranciers zwaar over de zeik aan de lijn en de hoeveelheden kloppen ook nooit. Daar zitten ze ook mee te rotzooien. Leuk, die zelfsturende teams! En dit is mijn leveranciersbestand, wacht effe, ander scherm, en ze zijn zelfs in staat om andere leveranciers te bellen die er niet op staan en ik zit ook vaak met dubbele leveringen, die dan weer terug kunnen. Ja, we zijn vooral lekker bezig, zo. En dan die jongens van de facturatie met hun voorfacturatie, nacalculatie, die ook nog eens de boel moeilijker maken dan het al is. En kijk eens: twee handjes maar, hè? O, ja, bedrijfsbureau, ook zoiets.”
“Ja, dat is ook heel lastig voor je, Joris. Maar de verkoop moet ook verder, en die werken bijna elke dag tot acht uur ‘s avonds door en soms, nee vaak, is er spoed bij de klanten en kunnen ze gewoon niet lang wachten.”
Godver, Ger! Dat je dat zo uit je strot kan krijgen! Mijn nekharen staan rechtovereind, voelde Tjebbe een aanval opkomen, hier worden systemen, goeie systemen nota bene, in losse delen verscheurd en gepersonifieerd, terwijl zijn rol het verlengstuk van het systeem moet zijn! Dit is het paard achter de wagen spannen, dit is verdomme de organisatie uithollen waar Hans het daar juist wanhopig over had, want dàt is wat deze dweil van binnenuit aan het doen is!
“Dat wil toch niet zeggen dat ik dat ook moet?”
Ger wilde weer wat zeggen, hij haalde al diep adem en trok zijn wenkbrauwen al wat omhoog, maar zijn telefoon rammelde, hij keek op het schermpje en liep de deur uit. Die is weg, mooi, dacht Tjebbe, als er over mijn systemen gesproken wordt, hoor ik liever geen violen op de achtergrond.
“Wat moet doen?” vroeg Tjebbe fel en bukte tot tien centimeter van zijn wipneus naar hem toe.
“Dat ik ook…tot…” begon hij te stamelen, want hij schrok zichtbaar van deze leeuw, zijn territorium uitbreidend door een desastreuze aanval. Hij keek daarna schichtig naar de openstaande deur.
“Als ik jou was zou ik tot negen uur blijven. Dan was ik er zeker van dat de boel klopte. Ging ik langs verkoop om te vragen over er nog mutaties waren om ze ook nog in te kloppen! Kan je zèlf alternatieve leveranciers bellen om je boel in de klauwen te houden! Heb je de volgende dag ook geen last van welke afdeling dan ook. Wat dacht je daarvan?!”
“Ja, zeg, …” protesteerde Joris, stond op om ruimte te maken, en een vluchtroute te plannen. De dominantie van Tjebbe werd hem vanuit zijn zitplaats klaarblijkelijk onhoudbaar.
“Het enige goede antwoord is goed idee, ik ben een vent en ik sta voor mijn klus.”
“Nou, ik werk vanaf half negen en om vijf uur vind ik het wel genoeg.” De rechtsgeldigheid van zijn arbeidscontract enerzijds en de vrijgekomen ruimte en optie om binnen twee tellen bij de deur te zijn, anderzijds, gaf hem blijkbaar wat moed. Tjebbe daarentegen vond het nog steeds verder en verder de verkeerde kant op gaan en pakte hem muurvast bij het kraagje van zijn spijkerjasje en trok hem heel dicht naar zich toe, met het hellevuur in zijn ogen. “Luister uit alle macht, hufter. Ik ken de aandeelhouders van dit bedrijf als mijn broekzak. En ook hun collega’s, die weer andere bedrijven hebben. Wil je dit werk blijven doen? Ja? Dus je hebt liever niet dat je als Ubereikel te boek staat en eigenlijk voor geen meter in deze hele branche thuishoort? Dat je beter in een cafetaria kan gaan werken? Kroketten kan gaan bakken? Nee? Verstandig. En het is ook verstandig om morgenvroeg naar de verkoopmanager te gaan en je excuses zeer gemeend aan te bieden. Ik controleer je op drie dingen. Eén of je gegaan bent en twee, of het gemeend was. Als dat niet het geval is, weet ik je te vinden. En dat is echt geen dreigement, maar een vaststaand feit. Vergeet het niet. De laatste, nummer drie, is de belangrijkste. Als jij blijft doen alsof je niet weet wat je moet doen, terwijl je dat dondersgoed weet, dan is het afgelopen met je. Hier, en overal.”
Langzaam liet hij los en zag Joris de rugleuning van zijn stoel vastpakken. Hij durfde Tjebbe niet meer aan te kijken. Bewegingsloos stond hij voor hem.
“Die jongens van de verkoop werken zich de pestpokken om ook jouw salaris maandelijks bij elkaar te harken. Het is absoluut van de zotte dat jij ze dwingt de boel twee keer te moeten verkopen; een keer aan een klant en een keer aan een lijntrekker zoals jij.”
Joris bleef stil. Nou, dacht Tjebbe, bij deze zit de schrik er al snel goed in. Die weet hopelijk nu hoe het werkt.
“Meer overleg voeren en gedienstig zijn. Geen privileges, maar gewoon hard werken. En kwaliteit leveren!”
Geen woord uit Joris, die zich nog steeds niet durfde te verroeren.”Als je dat kan, dan weet ik je ook te vinden. Dan kan ik je nog veel leren, hier. En je moest eens weten hoeveel bedrijven aankloppen of ik iemand weet voor een belangrijke functie. Hoewel, dan weten ze je ook wel te vinden zonder mijn hulp.”
Joris keek omhoog en zei: “Ik ben afgestudeerd. Ik heb alle papieren.”
“Fijn voor je tante. De helft is binnen. Nu nog even laten zien dat je ook nog ergens twee ballen en een ruggengraat hebt. Dan stel je namelijk iets voor, als je jezelf voorstelt. Wel zo prettig, voor het gezelschap tot wie je je wendt. En die iets van je verwachten.”
Ger kwam opgewekt binnen, had niets in de gaten van de situatie die zich nog geen minuut eerder in deze ruimte afspeelde.
“Zijn jullie er uit?”
“Helemaal,” zei Tjebbe gedecideerd, “er waren wat bedrijfskritieke problemen, die blijkbaar gemigreerd zijn. Het grootste probleem heb ik net veranderd.”

 

Excuses voor het taalgebruik, maar ‘potjandosie’ en ‘domoor’ is nu eenmaal niet des Tjebbes. In het boek komt het goed, en werkt Joris -met overtuiging- geregeld ’s avonds mee met de verkoop. Hij bedankt Tjebbe later voor deze interventie.

Geachte lezer, bedankt voor je tijd! En ik hoop dat je tijd hebt voor mijn vraag: Of wel?

Ja of nee is al genoeg…

 

Marcel Pieterman

One thought on “Dominant gedrag op de werkvloer anno 2018. Kan dat nog wel?”

  1. Het is inderdaad niet van deze tijd, maar uit ervaring weet ik dat het in deze tijd helaas wel veelvuldig voorkomt. Karakters verander je niet maar gelukkig kan je gedrag wel (laten) aanpassen. Er is nog hoop…

Geef een reactie